Op deze pagina vindt men ME en mantelzorg.
Wie aan ME (=myalgische encephalomyelitis) lijdt is moe. Maar niet zo maar moe op de manier van: 'vanavond moet ik maar eens extra vroeg naar bed' waarna men de volgende ochtend welgemoed aan een nieuwe dag begint. ME is: wanneer moeheid een ziekte is geworden. Het wordt ook wel het chronische moeheid- of vermoeidheidssyndroom genoemd. ME is een toestand van voortdurende of steeds weer terugkerende uitputting. De zieke kan minder dan de helft van de aktiviteiten verrichten die men vroeger gewend was. Naast deze moeheid zijn er nog een aantal symptomen die bij ME-patienten kunnen voorkomen, zoals:
Ongeveer een op de duizend. Het komt dus vaker voor dan een ziekte zoals multiple sclerose. Het betekent dat er bv. in Amsterdam rond de 700 ME-patienten zijn.
Een minister kan evengoed ME krijgen als een marktkoopman: de ziekte komt in alle rangen, standen en klassen voor. Tussen de leeftijd van 25-45 jaar is de kans het grootst, al zijn er aanwijzingen dat de laatste jaren het aantal jongeren met ME (en met andere chronische ziekten) toeneemt. Vrouwen worden iets vaker door de ziekte getroffen dan mannen, en bij vrouwen wordt de ziekte ook veel vaker chronisch. De kans dat je als thuiszorgmederwerker met een vrouw met ME te maken krijgt is dus veel groter dan de kans dat je een man met ME treft.
Er is nog geen geneesmiddel voor ME gevonden, net zo min als er een oorzaak voor ME bekend is. Er zijn wel dingen waarbij veel ME-patienten zeggen enige baat te vinden, en de belangrijkste van die dingen zijn: rust en dieet. Het is belangrijk dat de patient overmatige inspanning vermijdt. De enkele mensen die van ME genezen zijn, konden in de beginfase van hun ziekte volledige rust nemen.
Ja, in grote lijnen kan men twee verschillende fasen onderscheiden:
Nee. ME lijkt in veel opzichten op depressiviteit (wat betreft het energieverlies, de slaapstoornissen en warrig denken) maar er zijn ook belangrijke verschillen:
Gelukkig heel veel. ongeveer de helft van de mensen die aan ME lijden en die (in Amsterdam en omstreken) gebruik maken van de thuiszorg zijn tevreden over de hulp die zij ontvangen. Het gaat daarbij meestal om huishoudelijke taken die te zwaar geworden zijn, of die men nog net wel kan verrichten, maar dan met als prijskaartje daarna een dag bedrust moeten houden. Het komt maar heel zelden voor dat een ME-patient ook een beroep doet op hulp bij de persoonllijke verzorging. Bij het stellen van een (her)indicatie voor de mate waarin een client met ME behoefte heeft aan hulp is het waarschijnlijk het belangrijkst, goed rekening te houden met het heel beperkte voorraadje energie wat een client per dag beschikbaar heeft. Het is mogelijk dat hij of zij op los van elkaar gestelde vragen steeds een bevestigend antwoord geeft: ja, ze kan ramen zemen; ja, ze kan traplopen; ja, ze kan boodschappen doen; ja, ze kan koken en afwassen. Maar dat wit niet zeggen dat zij al deze dingen op een dag kan doen. of als ze deze dingen wel op een dag zou doen, zou ze wellicht niet meer de energie hebben om na schooltijd thee te drinken met de kinderen, ren, of om haar kleren uit te trekken voordat ze gaat slapen. Begrip voor wat het leven met zo een permanente energie-krisis inhoudt is het belangrijkste geschenk wat een thuiszorgmedewerker aan een client met ME kan geven. In de praktijk zal dit begrip zich veelal vertalen in een zorgvuldige planning van werkzaamheden waarbij de client ontlast wordt van juist die paar huishoudelijke taken die als het meest uitputtend ervaren worden. De client houdt dan het beperkte energievoorraadje vrij veer lichtere taken, en voor die klussen waarvoor men geen beroep op de thuiszorg kan doen, en voor een minimum aan sociaal kontakt zonder schuldgevoelens over opgestapeld wasgoed of ondoorzichtige ruiten.
Er gaan ook wel dingen mis: de andere helft van de mensen die aan ME lijden en die (in Amsterdam en omstreken) gebruik maken van de thuiszorg is niet zo tevreden over de thuiszorg. Voor een deel gaat dit om iets wat buiten de verantwoordelijkheid van de individuele helpende of verzorgende valt (maar niet buiten die van de thuiszorg als organisatie): men is dan wel blij met de hulp, maar heeft het gevoel nog zoveel meer hulp nodig te hebben. Voor een ander deel gaat het echter om dingen waar de helpende of verzorgende of indicatie-steller wel iets aan doen kan. De twee meest gehoorde klachten die ME-patienten over de thuiszorg hebben gaan over het gevoel steeds weer alles uit te moeten leggen en over het niet verdragen van de aanwezigheid van de verzorgende of helpende. Het gevoel steeds weer alles uit te moeten leggen heeft meestal betrekking op het steeds weer moeten uitleggen van de aard van de ziekte, en van het soort beperkingen dat er uit voortvloeit. De client begrijpt, vooral de eerste jaren, van zichzelf al nauwelijks waarom men het ene moment iets wel kan en het andere moment niet. De client aksepteert van zichzelf nog niet dat het kletterend geluid van een bord in de gootsteen haar lichamelijk pijn doet, of dat het poetsen van zijn tanden hem het gevoel kan geven een dagtaak te hebben volbracht. Wanneer men iets van zichzelf niet begrijpt en aksepteert is het gevoel dat een ander het ook niet snapt extra pijnlijk. Wanneer een helpende of verzorgende echter het ziektebeeld zo goed kent dat hij of zij rekening houdt met de mogelijke overgevoeligheden, dat hij of zij onthoudt hoe de client graag het huis schoongemaakt wil zien en dat hij of zij de wisselvalligheid van de symptomen als een normaal verschijnsel van de ziekte aksepteert, kan dit een wereld van verschil maken. Het gevoel steeds weer alles uit te moeten leggen kan ook komen door een te veelvuldige wisseling van hulpverleners. Zo een wisseling van helpenden of verzorgenden is soms om organisatorische redenen onvermijdelijk. Maar er is reden om hier juist bij ME-patienten toch extra terughoudend mee te zijn. En als het echt niet anders kan: dan toch nog wat extra aandacht te besteden aan de overdracht. Het tweede punt: het niet verdragen van de aanwezigheid van de verzorgende of helpende, lijkt heel onvriendelijk en ondankbaar maar is in feite evenzeer begrijpelijk vanuit de aard van de ziekte, en wanneer men er maar van uitgaat dat ME evenveel in het hoofd zit als in de armen en de benen. Clienten doen hier uitspraken zoals "ik vind het verschrikkelijk zo'n witte tornado om me heen te hebben" of "ik vind het emotioneel te zwaar am elke keer een vreemde in huis te hebben". Iemand die aan ME lijdt heeft nog maar een heel beperkte leefwereld. De wereld is klein geworden - en het huis wordt het laatste bastion, de enige plek waar men zich veilig voelt, of veilig zou willen kunnen voelen. Een helpende of verzorgende die met een ME-patient te maken heeft hoeft echt niet permanent op zijn of haar tenen te lopen. Maar het kan geen kwaad am ervan uit te gaan dat men, in vergelijking met de client, borrelt van energie en dat het voor de client moeilijk kan zijn om met die hoeveelheid energie gekonfronteerd te worden. Het is misschien ook beter om ervan uit te gaan dat een client met ME, hoe eenzaam hij of zij misschien ook lijkt, toch niet al te veel behoefte aan aanspraak heeft.
Overijssel
Flevoland
Utrecht
Noord-Holland
Zuid-Holland
Zeeland
Noord-Brabant
Limburg
Wat nu als uw provincie, stad of dorp niet in dit overzicht vermeld staat? Veel van de genoemde organisaties werken regionaal. Als u in een dorp op twintig of dertig kilometer afstand woont van een gemeente waar wel een vrijwilligerscentrale van vermeld staat, neem dan contact met dat adres op. Het kan heel goed zijn dat zij ook uw woongebied bestrijken, of u anders een tip kunnen geven over een adres meer in uw omgeving. Er zijn echter ook hele provincies (Groningen en Friesland) en er is een wel erg grote stad (Rotterdam) van waaruit niet op ons verzoek om informatie over hulp aan ME-patienten gereageerd is. Dat wil niet zeggen dat u het niet alsnog kunt proberen bij de volgende adressen:
Veel mensen krijgen tegenwoordig te maken met een familielid of vriend die verzorging nodig heeft. Dementerenden staan op vaak lange wachtlijsten voor opname in een tehuis. Hun partner of andere naaste verzorgt hen in die wachtfase zo goed mogelijk. Ook chronisch zieke mensen steunen op de hulp van hun familie. Daarnaast kiezen veel terminaal zieken ervoor om thuis te sterven, waarbij familie en vrienden dan de zorg op zich nemen.
Bij tijdelijke uitval van de bestaande hulp door familie of vrienden, of om hen te ondersteunen om het zo goed mogelijk vol te houden, zet Markant vrijwilligers in. De vrijwilliger komt langs voor een praatje of het doen van een boodschap, waakt, gaat mee naar ziekenhuis of museum, is aanwezig, helpt bij licht verzorgende taken. Vrijwilliger en hulpvrager bouwen zo een persoonlijke band op.
De vrijwilliger wordt ingezet bij een client waarvan de hulpvraag overeenkomt met het aanbod van de vrijwilliger. Een deskundige coordinator van Markant inventariseert vraag en aanbod, en begeleidt en ondersteunt de vrijwilliger.
De coordinator zorgt voor de juiste informatie en deskundigheidsbevordering. De inzet van de vrijwilliger bestaat uit tijd, betrokkenheid, betrouwbaarheid. Er is een minimale inzet van een dagdeel per week. Kunt u iets veer een ander betekenen ? Mensen die graag op deze manier iets voor een ander willen betekenen, kunnen telefonisch een afspraak maken voor een kenningsmakingsgesprek. In dit gesprek warden de wensen en mogelijkheden uitgebreid bekeken.
Veel zieken en ouderen in Amsterdam worden thuis verzorgd. Vrijwilligers bieden een aanvulling op de hulp door familie of vrienden. Vraag en aanbod worden hierbij op elkaar afgestemd.